Kan ik een strafrechtelijke sanctie (boete, gevangenisstraf) krijgen voor het niet naleven van de coronamaatregelen?

Lees meer...

Ja dat kan. Bij voorbeeld wanneer de gemeente waar de overtreding plaatsvond, niet voor het systeem van de GAS-boetes heeft gekozen, of als het  Openbaar Ministerie (procureur des Konings) beslist om te vervolgen. 

Het Openbaar Ministerie kan beslissen om te vervolgen in drie gevallen: 

- de gemeente heeft niet gekozen voor het systeem van de GAS-boetes

- er zijn meerdere misdrijven gepleegd

- het gaat om recidive: het is niet de eerste inbreuk op de corona-maatregelen

Artikel 10 van het Ministerieel Besluit van 23 maart 2020 bepaalt dat het niet naleven van de maatregelen voorzien in de artikelen 1 (sluiting van winkels en bedrijven, met uitzonderingen), 5 (verbod op bijeenkomsten en activiteiten, met uitzonderingen) en 8 (verbod op verplaatsing, met uitzonderingen), strafbare feiten zijn die worden bestraft met de sancties voorzien in artikel 187 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de burgerlijke veiligheid (hierna de wet van 15 mei 2007 genoemd).

Wat zijn de mogelijke strafrechtelijke sancties volgens de wet (boete, gevangenisstraf)?

Lees meer...

Er kunnen boetes opgelegd worden tussen de 208 en 4000 euro en/of een gevangenisstraf van 8 dagen tot 3 maanden (art. 187 van de wet van 15 mei 2007 - de bedragen van de in dit artikel voorziene boetes, 26 euro tot 500 euro, worden vermenigvuldigd met 8 in toepassing van de bijkomende decimalen).

Wat zijn concreet de straffen die het Openbaar Ministerie wil opleggen?

Lees meer...
In het geval van een eerste overtreding van de corona-maatregelen, zal het Openbaar Ministerie een straftransactie (een soort boete zoals die die worden gegeven voor verkeersovertredingen) voorstellen. Men zal de persoon die de overtreding heeft gedaan voorstellen om een bedrag te betalen. Als je accepteert om te betalen, zal de strafrechtelijke procedure worden beƫindigd. Het voorgestelde bedrag zal 750 euro zijn voor winkeliers, en 250 euro voor andere personen. Bij een tweede overtreding, zal het Openbaar Ministerie je dagvaarden voor de correctionele rechtbank. De strafrechter zal beslissen welke straf je zal krijgen. De manier waarop wordt vervolgd zou overal hetzelfde moeten zijn, en is gebaseerd op de richtlijnen van de omzendbrief van het College van Procureurs-generaal van 7 april 2020.
Wat zijn de sancties voor minderjarigen?

Lees meer...

Minderjarigen kunnen een aanmaning (een soort waarschuwing) krijgen of ze kunnen worden opgeroepen om te verschijnen voor het Openbaar Ministerie, de procureur,  of dagvaarding voor de Jeugdrechter. 

De gekozen maatregel (aanmaning of dagvaarding) zal afhangen van de ernst van de overtreding en de situatie van de minderjarige, maar de richtlijn van het openbaar ministerie is om aan elke overtreding een gevolg te geven. 

Je moet weten dat iedere minderjarige sowieso recht heeft op een gespecialiseerde advocaat in het jeugdrecht en dat die gratis zal optreden voor jou. 

Heb ik het recht om een straftransactie te weigeren?

Lees meer...
Ja, iedereen heeft het recht om de door het Openbaar Ministerie voorgestelde straftransactie (dus om onmiddellijk te betalen) te weigeren. Hoe gebeurt dat in de praktijk? Wanneer de politie jou controleert gaat ze in een Proces verbaal vast stellen welke feiten jij volgens hen hebt gepleegd en welke wetsbepalingen of coronamaatregelen je hebt geschonden. Dit PV wordt je opgestuurd. Normaal gezien heb je dan 8 dagen tijd om een formulier in te vullen en op te schrijven wat volgens jou de feiten waren en of je al dan niet aanvaard om de transactie te betalen. Dit formulier moet je dan terugsturen naar het adres dat op het formulier staat en dat binnen de 8 dagen of binnen de periode die vermeld staat in de brief. In de praktijk zien we nu dat de politie, op het moment van de controle, onmiddellijk dit soort formulier laat invullen. Je moet dus goed nadenken alvorens je de documenten ondertekend die jou onmiddellijk door de politie worden voorgelegd. Wij raden de mensen sowieso aan om te vragen aan de politie dat het PV wordt opgestuurd en dat ze het formulier dan zullen invullen.
Wat zijn de gevolgen van het weigeren van een straftransactie?

Lees meer...
Als je een straftransactie weigert, loop je het risico te worden gedagvaard voor de correctionele rechtbank. Dan zal een rechter oordelen of je schuldig bent aan de overtreding en als dat zo is, een straf opleggen, die wellicht veel hoger is dan de transactie(de wet voorziet boetes van 208 euro tot 4000 euro en/of van 8 dagen tot 3 maanden gevangenisstraf). In geval van een veroordeling moet je ook de gerechtskosten betalen.
Welke argumenten kunnen voor de rechtbank worden aangevoerd?

Lees meer...

Dit is in elke situatie verschillend. 

Eerst en vooral kan je de feiten betwisten indien jouw versie van de feiten verschillend is als de feiten zoals deze werden neergeschreven door de politie. Je moet wel weten dat het jouw woord is tegen die van de politie en dat het woord van de politie wordt beschouwd als zijnde de juiste versie. Daarom is het belangrijk, dat als iemand gefilmd heeft je dat filmpje meeneemt. Of als  iemand getuige was je de gegevens van die persoon bijhoudt of dat hij een verklaring aflegt. 

Vervolgens moet je nagaan of de overtreding en de straf wel duidelijk omschreven waren, op moment dat je de overtreding beging. Als de overtreding niet overeenkomt met een duidelijk verbod in het ministerieel besluit, kan je daarvoor niet bestraft worden. 

Het legaliteitsbeginsel is verankerd in de Grondwet en vereist dat het strafrecht op een duidelijke manier wordt geschreven, zodat iedereen op het moment dat hij iets doet weet of het al dan niet bij wet verboden is. Zoals gezegd wordt in het ministerieel besluit van 23 maart 2020 echter niet altijd duidelijk uitgelegd wat wel en wat niet verboden is.

Bovendien geeft het legaliteitsbeginsel aan dat het in principe de wetgevende macht (het Parlement) is die moet beslissen wat al dan niet verboden is. De wetgevende macht kan delegeren aan de uitvoerende macht (de regering of een enkele minister), maar deze laatste moet deze delegatie respecteren. In het geval van coronamaatregelen lijkt het erop dat de minister verder is gegaan dan de bevoegdheden die hem door de wet zijn toegekend.

De minister maakt gebruik van de delegatie die hem is gegeven door artikel 182 van de Wet op de Civiele Veiligheid van 15 mei 2007, dat bepaalt: "De minister of zijn afgevaardigde kan, in geval van gevaarlijke omstandigheden, om de bescherming van de bevolking te verzekeren, de bevolking verplichten zich te verwijderen van plaatsen of regio's die bijzonder blootgesteld zijn, bedreigd worden of getroffen zijn door een ramp, en de personen op wie deze maatregel van toepassing is, een tijdelijke verblijfplaats toewijzen; om dezelfde reden kan hij elke verplaatsing of verplaatsing van de bevolking verbieden".  

De burgemeester heeft dezelfde macht. 

Het gebruik van deze delegatie door de minister werpt vragen op met betrekking tot het legaliteitsbeginsel in strafzaken, aangezien het niet duidelijk is hoe de bevoegdheid van de minister om de bevolking te verplichten "zich te verwijderen van plaatsen of regio's die bijzonder blootgesteld zijn, bedreigd worden of getroffen worden door een ramp", om "een tijdelijke verblijfplaats toe te wijzen aan de personen op wie deze maatregel betrekking heeft" of om "elke verplaatsing of verplaatsing van de bevolking te verbieden" hem bijvoorbeeld toestaat om bedrijven te sluiten.

DIt is een vrij ingewikkelde materie. Het is dus toch wel beter dat je dan even te raden gaat bij een advocaat.