Sinds 18 maart 2020 gelden strenge maatregelen, de zogenaamde ‘lockdown-light’ (Ministeriële Besluiten van 18 en 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het Coronavirus COVID-19 te beperken). Dit heeft grote gevolgen voor de werkomstandigheden van de meeste mensen.

Handelszaken en winkels worden gesloten, behalve (dieren)voedingswinkels, apotheken, krantenwinkels, tankstations en leveranciers van brandstoffen. 

Ondernemingen die als essentieel worden aangeduid (bv. gezondheidszorg, voeding,…, zie verder onder vraag 14 voor de volledige lijst) moeten blijven functioneren.

Alle nog functionerende ondernemingen (al dan niet essentieel) zijn verplicht om hun werknemers van thuis uit te laten werken voor elke functie waar dit mogelijk is.

Kan dit niet, dan gelden strenge veiligheidsvoorschriften, zowel tijdens de uitoefening van het werk als bij het door de werkgever georganiseerde vervoer.

De overheid heeft de volgende checklist voor zelfcontrole gepubliceerd:

1. Administratief onderzoek           

                1)            Informatie en vorming

  • Worden externen onthaald en collega’s verwelkomd zoals het hoort (geen hand, automatisch afstand houden).
  • Beschikt men over advies van de externe preventiedienst?
  • Heeft men hiervoor een opleiding aan de werknemers gegeven?
  • Is men op de hoogte van de wijze van overdracht (druppeltjes via hoesten, niezen, maar ook via oppervlakten)?
  • Heeft men een schoonmaakprogramma met prioritaire aandacht voor oppervlakten, klinken, knoppen, telefoons, printers (alles wat aangeraakt wordt)?
  • Heeft men voorzien om de werkplaats te ontsmetten wanneer een werknemer de werkplek wegens ziekte verlaat?

 

                2)            Werken met derden

  • Worden derden ingelicht van deze maatregelen?

 

                3)            Controle werknemers

  • Worden werknemers met een milde hoest naar huis verwezen?
  • Worden werknemers met beperkte verhoogde lichaamstemperatuur (reeds >= 37,3 °C) naar de huisarts verwezen (na telefonische aankondiging)?
  • Wordt dit ook in posters opgenomen?
  • Wordt maximaal in telewerk voorzien?

 

2. Onderzoek op de werkplaats

                1)            Sociale voorzieningen

  • Zijn er mogelijkheden om de handen te wassen?
  • Is er papier voorzien?                  
  • Hangen er instructies uit hoe de handen correct gewassen moeten worden?
  • Hangen de richtlijnen van de Vlaamse Overheid uit i.v.m. sociale distantiëring en hygiëne?
  • Zijn er maatregelen genomen in de refter om op afstand van elkaar te eten (1,5m à 2m tussenin, niet recht over elkaar)?

 

                2)            Werkplaats

  • Kan men op voldoende afstand van elkaar werken (> 1,5m)?
  • Zijn de lokalen voldoende verlucht?
  • Zijn er maatregelen genomen om besmetting via materialen te voorkomen (reiniging van werkstukken en arbeidsmiddelen die door meerdere werknemers gebruikt worden)?

 

                3)            Liften

  • Worden liften uit dienst genomen of is er een affichering dat ze zo weinig mogelijk gebruikt mogen worden (reden: in een lift kan social distancing niet toegepast worden)?   

 

                4)            Vergaderzalen

  • Worden niet-essentiële vergaderingen geannuleerd?
  • Worden de essentiële vergaderingen beperkt in tijd?
  • Wordt het aantal deelnemers beperkt?
  • Na vergaderen de ruimte reinigen en verluchten?

 

                5)            Voertuigen

  • Worden voertuigen bij wissel van chauffeur gereinigd en ontsmet?

 

Als de onderneming niet aan deze verplichtingen kan voldoen, moet zij sluiten.

Indien wordt vastgesteld dat de maatregelen niet worden nageleefd kan in eerste instantie een boete worden opgelegd; bij een nieuwe inbreuk wordt de onderneming gesloten.

Op deze regel is een belangrijke uitzondering voorzien voor de essentiële bedrijven: zij moeten de veiligheidsvoorschriften in de mate van het mogelijke naleven en kunnen niet gesloten worden.