In principe is de werknemer die arbeidsgeschikt is verplicht zijn werk uit te voeren zoals het overeengekomen is.

Zoals boven vermeld bij de checklist voor zelfcontrole moet de werkgever zorgen dat de basishygiëne gewaarborgd is: je moet regelmatig grondig je handen kunnen wassen met water en zeep, en er moeten papieren handdoekjes voorzien zijn om ze af te drogen.

Handschoenen zijn niet nuttig om virusoverdracht tegen te gaan: handen wassen en het gezicht niet aanraken zijn hiervoor de voornaamste gedragsregels. De werkgever is dus niet verplicht deze te voorzien, tenzij uiteraard voor werkzaamheden waarbij ze een vast deel van de uitrusting vormen, zoals in de poetssector.

Handgel dient slechts aanvullend gebruikt te worden, bv. als er vaak contact is met derden aan een onthaal of bij ontvangst van cash gelden.

Mondmaskers zijn voorbehouden voor zorgverleners en gebruik in ziekenhuizen. Je werkgever is dus zeker niet verplicht die te voorzien, tenzij in bedrijven waar dit in niet-Coronatijden wel het geval is, zoals de chemische industrie.

Wat doe je als je werkgever zich hier niet aan houdt?

Hieronder volgt een mogelijk stappenplan.

1. In de eerste plaats kan je met je werkgever overleggen en hem herinneren aan de verplichte maatregelen die de regering heeft opgelegd.

2. Je kan ook altijd contact opnemen met je vakbondsafgevaardigde. Is er geen vakbond aanwezig in je onderneming, dan kan je de vakbond contacteren van de sector waarin je onderneming actief is.

3. Ook de preventieadviseur/arbeidsgeneesheer kan zijn oordeel geven over de vraag of je al dan niet veilig kan werken. De contactgegevens staan in het arbeidsreglement of kan je opvragen bij de vakbond of bij je werkgever.

4. Stel je vast dat je werkgever hardleers is, dan kan je (eventueel anoniem) klacht indienen bij de volgende diensten:

Hierbij verzamel je best bewijzen van het feit dat je werkgever geen of onvoldoende veiligheidsmaatregelen neemt (foto’s, verklaringen collega’s,…). 

Je zou ook het artikel I.2-26 van de Codex welzijn op het werk kunnen inroepen. Dit artikel zegt dat “Een werknemer die, in geval van een niet te vermijden, ernstig en onmiddellijk gevaar, zijn werkpost of een gevaarlijke zone verlaat, daar geen nadeel van (mag) ondervinden en moet worden beschermd tegen alle ongerechtvaardigde nadelige gevolgen daarvan.” Je moet dit dan wel onmiddellijk laten weten aan het bevoegde lid van de hiërarchische lijn en de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk. Je stelt je werkgever best ook in gebreke door hem een aangetekende brief te sturen met jouw beschrijving van de situatie en de redenen waarom je niet meer wil komen werken. Of dit artikel ingeroepen kan worden is echter betwistbaar, dus je riskeert mogelijk toch loonverlies of een sanctie.