Het Antwerpse hof van beroep bevestigt dat het stakingsrecht een fundamenteel recht is
ACV-CSC METEA en ABVV-Metaal winnen rechtszaak tegen metaalbedrijf Case New Holland. Jan Buelens en Lies Michielsen (Progress Lawyers Network) traden op als raadslieden van de vakbonden.

Op 17 september 2018 deed het hof van beroep te Antwerpen een belangrijke uitspraak over het stakingsrecht. Het hof bevestigt ondubbelzinnig dat als er geen geweld of bedreigingen worden geuit tijdens een staking de acties van werknemers en vakbonden niet verboden mogen worden. Het stakingsrecht is een fundamenteel recht dat slechts uitzonderlijk kan worden beperkt.

De feiten gaan terug tot 20 maart 2017. Die maandag was voor alle 40 arbeiders van de “dienst Logistiek” van het metaalbedrijf Case New Holland de maat vol. De werkdruk was te hoog en noodzakelijke ergonomische maatregelen ontbraken (bv. geen karretjes terwijl ze zware paletten moeten dragen). Ze kaartten al anderhalf jaar lang in de overlegorganen deze problemen aan, maar de beloftes van Case New Holland verdwenen steeds als sneeuw voor de zon. Als klap op de vuurpijl werden twee teamleiders arbeidsongeschikt omwille van de aanhoudende problemen. De situatie was dus onhoudbaar geworden en de arbeiders beslisten om het werk neer te leggen. Ze hadden vijf eisen en vroegen om onmiddellijk een aantal eenvoudige maatregelen te nemen, bijvoorbeeld het bestellen van extra heftrucks, bestelling van “karretjes” zodat de werknemers geen zware gewichten op rug en schouders moesten dragen, verhogen van de paletten zodat ze zich niet constant moeten bukken om gewichten te heffen. De directie wilde hier wel op ingaan, doch de twee uur dat er gestaakt werd niet betalen. Nadat ditzelfde probleem meer dan anderhalf jaar zonder gunstig gevolg door de werknemersvertegenwoordigers was aangekaart in de overlegorganen en ook nu de arbeiders zelf met de oplossingen op de proppen kwamen, vonden ze het niet betalen van deze 2u onaanvaardbaar.  De stakingsactie werd voortgezet, meer nog, nagenoeg de ganse vestiging ging in staking wegens solidariteit met deze afdeling en wegens gelijkaardige problemen in de andere afdelingen.

In plaats van de situatie op te lossen trok de directie twee dagen later naar de Antwerpse rechtbank van eerste aanleg om de stakingsacties te verbieden op straffe van dwangsommen en dit na een geënsceneerde situatie met zogezegde werkwilligen. Dit gebeurde met een eenzijdig verzoekschrift, dus zonder dat de werknemers of vakbonden werden gehoord, terwijl dit een uitzonderingsprocedure is voor gevallen waar de tegenpartij niet bekend is. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg sprak in een beschikking zeer verregaande dwangsommen uit in zeer algemene bewoordingen waardoor elke sociale actie zowat onmogelijk werd. Uiteraard tekende ACV-CSC METEA en ABVV-Metaal verzet aan tegen deze beschikking. Nadat de rechtbank van eerste aanleg eerst nog het verzet afwees, bekwamen we op 17 september een zeer gemotiveerd arrest van het hof van beroep.

Het Antwerpse hof van beroep fluit de rechtbank van eerste aanleg nu terug en stelt dat het verbieden van deze stakingsacties een inbreuk vormde op het stakingsrecht, zoals gegarandeerd door artikel 6.4 van het Europees Sociaal Handvest.

Het hof stelt dat het stakingsrecht op een vreedzame wijze werd uitgeoefend en dat er geen geweld of bedreigingen werden geuit en dus dat het ging om een geoorloofde vorm van stakingsvrijheid.

Deze uitspraak bevestigt nogmaals dat het stakingsrecht een fundamenteel recht is dat slechts uitzonderlijk kan worden beperkt.

Deze uitspraak is een belangrijke opsteker voor de vakbonden en voor alle werknemers.