Enrico DE SIMONE - 20/06/2007
Want er is weer wat veranderd aan de huurwetgeving. Met ingang van 15 juni moet van alle nieuwe huurovereenkomsten die gaan over de hoofdverblijfplaats van de huurder een geschrift worden opgemaakt. Dit geldt ook voor studenten die een studentenkamer huren en daar hun hoofdverblijf hebben. Dus niet voor studenten die op kot zitten, het zogenaamde studentenhuurcontract. Een mondelinge huurovereenkomst valt in die gevallen niet meer onder de bescherming van de woninghuurwet. Deze regeling werd ingevoerd om twee redenen: opdat partijen beter weten wat hun rechten en verplichtingen zijn en om via de verplichte registratie van huurcontracten (zie Solidair nr. 3 van 2007) een beter zicht te krijgen op de huurprijzen. Een mondelinge huurovereenkomst kan immers niet worden geregistreerd. In zo’n geschreven huurcontract moeten minimaal de volgende zaken staan: - de identiteit van alle partijen; - de begindatum van de overeenkomst; - welke plaatsen, lokalen,... worden gehuurd; - de huurprijs. Als een van de partijen het huurcontract niet heeft willen opstellen of tekenen, kan de andere partij hem daartoe aanmanen met een aangetekende brief of via de deurwaarder. Wordt er geen contract getekend binnen de acht dagen kan men eventueel naar de vrederechter stappen. Die kan in een vonnis de inhoud van de overeenkomst vastleggen, maar moet wel rekening houden met de tussen partijen gemaakte afspraken. Oude mondelinge huurovereenkomsten, dus van voor 15 juni 2007, blijven in principe wel geldig, ook al kan de huurder of de verhuurder de omzetting vragen in een schriftelijk contract. Huurdersbonden en huurdersorganisaties raden echter huurders aan om dat niet zo maar te doen en eerst het nodige advies in te winnen. Want meestal is zo’n omzetting niet in het belang van de huurder. Tenzij de huurwoning te koop gezet wordt, dan beschikt de huurder beter over een geschreven (en geregistreerde) overeenkomst om beter beschermd te zijn tegenover de nieuwe eigenaar. |