Jan DE LIEN - 08/11/2006
Ik ben niet erkend als vluchteling, maar ik heb gehoord dat er een nieuw statuut bestaat voor mensen die niet terugkunnen naar hun land? Dat klopt, sedert 10 oktober bestaat in België het subsidiaire beschermingsstatuut. Het gaat om een verblijfsstatuut voor vreemdelingen die niet voldoen aan het vluchtelingenverdrag van Genève, maar die wel bij terugkeer naar hun herkomstland een “reëel risico op ernstige schade” zouden lopen. Het gaat om risico of schade in de zin van: - Doodstraf of executie, foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, ernstige bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het geval van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. Als de asielprocedure nog hangende is (uitgezonderd de procedure bij de Raad van State) zal men nagaan of de vreemdeling in aanmerking komt voor het statuut. Als deze beschikt over elementen die belangrijk zouden kunnen zijn voor de beoordeling van het nieuwe statuut, maakt hij deze best over aan de asielinstantie, bij voorkeur na overleg met een advocaat. Als de procedure ten einde is en de asielbeslissing een “niet terugleidingsclausule” bevat, kan de vreemdeling naar de gemeente gaan om het statuut aan te vragen. Men moet zich met de volgende documenten aanbieden: - de beslissing met de niet-terugleidingsclausule; - een identiteitsbewijs (of de persoon vraagt een vergelijking van zijn vingerafdrukken met de vingerafdrukken genomen in het kader van zijn asielaanvraag); - bewijzen dat men België niet verlaten heeft; - eventueel bewijzen i.v.m. de actuele vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer. Als de beslissing geen “niet-terugleidingsclausule” bevat, kan men opnieuw een asielaanvraag indienen op voorwaarde dat er nieuwe elementen zijn. In dit geval vraagt men best het advies van een advocaat om te zien of men in aanmerking komt. De vreemdeling die het nieuwe statuut verwerft, krijg een witte verblijfskaart voor één jaar. Deze kaart kan telkens met één jaar worden verlengd, afhankelijk van de situatie in het land van herkomst. |