Axel BERNARD - 19/09/2008 De Rechtbank van Eerste Aanleg van Luik deed op 9 september 2008 een uitspraak die van belang is voor de democratische rechten en vrijheden. In dit vonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat de Belgische staat een fout begaan heeft en verantwoordelijk moet gehouden worden voor een aanslag op het priveleven en de eerbaarheid van vier andersglobalisten, die in 2001 werden afgeluisterd.
Ter herinnering: de andersglobalisten organiseerden naar aanleiding van het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie een manifestatie met als ordewoorden: ‘Een ander Europa is mogelijk’. Zij oefenden hierdoor hun democratische vrijheden uit. Er werd een proactief onderzoek uitgevoerd met bijzondere onderzoeksmethoden, omdat men de actie van de andersglobalisten zou kunnen beschouwen als een daad van deelneming aan een criminele organisatie. Op deze basis werd bevolen de telefoongesprekken van de vier andersglobalisten af te luisteren en hun SMS-jes te onderscheppen.
Door de raadkamer werd reeds in 2003 de buitenvervolgingstelling uitgesproken. De rechter veroordeelde de lichtzinnige beslissing tot het afluisteren van de telefoongesprekken. Het Parket tekende beroep aan tegen deze beslissing. De Kamer van Inbeschuldigingstelling bevestigde integraal de eerste uitspraak in 2006.
De getroffen andersglobalisten stapten naar de Rechtbank van Eerste Aanleg om een schadevergoeding te eisen voor deze inbreuken op hun privéleven. De rechtbank gaf hen gelijk en veroordeelde de Belgische staat. Enkele uittreksels uit het vonnis (het vonnis zelf vindt onderaan deze pagina): 1. Les écoutes sont constitutives d’une faute: « Le seul fait que certains d’entre eux avaient le projet d’organiser – de manière ouverte et officielle – certaines manifestations lors des sommets européens qui devaient se dérouler en Belgique ne pouvait suffire à leur imputer de créer un mouvement violent lors de ces événements. Ainsi que l’a relevé la chambre du conseil, les seuls éléments « à charge » des demandeurs relevaient de l’émission d’opinions à défendre par des manifestations pacifiques et autorisées, ce qui entre dans les droits et libertés garantis par l’article 19 de la Constitution. Un juge d'instruction normalement prudent et diligent placé dans les mêmes circonstances n'aurait donc pas estimé qu'il existait dans le chef des demandeurs, des indices sérieux de participation à une organisation criminelle et n’aurait par conséquent pas ordonné que des écoutes téléphoniques soient réalisées sur les numéros de GSM et de téléphone de certains d’entre eux. » 2. L’acharnement du parquet est aussi constitutif d’une faute : Le parquet a justifié son appel de l’ordonnance de non-lieu prise par la chambre du Conseil par sa volonté de voir modifier les motifs de cette ordonnance de non-lieu (qui n’était pas tendre sur les manquements de la juge d’instruction …).« En formant appel dans de telles circonstances, face à un dossier quasiment vide et uniquement pour des raisons de motivation et non de fond, le Ministère Public a commis une faute, en imposant ainsi aux actuels demandeurs une nouvelle étape de procédure et un allongement de cette procédure (plus de 3 ans), ce qui a encore inévitablement entraîné pour eux tracas et dépenses supplémentaires ». 3. Le dommage : « Il est difficilement contestable qu’ils ont subi une atteinte tant à leur honneur et à leur réputation qu’à leur vie privée et à leur intimité ».« Au vu de ces éléments, le tribunal estime devoir fixer en équité le dommage subi par chacun des demandeurs à la somme en principal de 200 euros, à majorer des intérêts compensatoires depuis la date de la citation, soit le 29 mars 2007 ».
|