Jan FERMON en Emmanuelle SCHOUTEN - 05/02/2010
Op 25 januari heeft de tweede zitting inzake Eternit in Turijn plaatsgevonden. Vanaf het begin van het proces (10 december 2009) hadden verschillende burgerlijke partijen gevraagd aan de rechtbank dat er bepaalde partijen zouden worden opgeroepen in tussenkomst, met name verschillende bedrijven (Belgische en Zwitserse) als burgerlijk aansprakelijk voor de schade die werd veroorzaakt door de beschuldigden met hun delictuele gedragingen. Het betreft de volgende bedrijven: 1. ETEX GROUP (BRUSSEL) 2. BECON AG (ZURICH) 3. ETERNIT AG SCHWEIZ (NIEDERURNEN) 4. ANOVA GROUP AG (ZURICH) 5. AMINDUS AG (ZURICH) 6. AMETEX AG (ZURICH) Etex, Eternit, Becon en Amindus hebben zich aangemeld met behulp van verschillende advocaten. Etex heeft gesteld geen aansprakelijkheid te dragen, maar te accepteren in het proces betrokken te worden, de andere bedrijven hebben verklaard volledig vreemd te zijn aan het huidige proces en hebben gevraagd op grond van verschillende argumenten om buiten het proces gesteld te worden. Er waren ook burgerlijke partijen die gevraagd hadden dat de Italiaanse Staat en de Europese Unie betrokken zouden worden in het proces als burgerrechtelijk aansprakelijk. Zij hebben zich aangemeld maar hebben tegelijkertijd gevraag om buiten het proces gesteld te worden aangezien zij niet aansprakelijk kunnen gesteld worden voor de gevolgen van de gedragingen van de beschuldigden. Over deze kwesties is gepleit geweest op de zitting van 25 januari ll. Het parket heeft gevraagd aan de rechter dat de Italiaanse Staat en de Europese Unie effectief buiten het proces zouden gesteld worden maar dat de burgerlijke aansprakelijkheid van de hierboven genoemde bedrijven weldegelijk zou onderzocht worden. De theorieën die door de verschillende bedrijven naar voren gebracht werden waren van verschillende aard en soms ook tegenstrijdig. Met name : Etex (burgerrechtelijk aansprakelijk voor Cartier de Marchienne) accepteert tussen te komen en stelde niets met betrekking tot de andere in het geding geroepen bedrijven ; Eternit AG (burgerrechtelijk aansprakelijk voor Schmidheiny) heeft gesteld een vennootschap te zijn die verschillend is van de oorspronkelijke vennootschap Eternit AG en slechts aansprakelijk te kunnen zijn voor fabrieken en personeel na de sluiting van de Italiaanse branche, volgens Eternit AG dient men zich voor schadegevallen die voor de sluiting van de Italiaanse branche voorgevallen zijn te richten tot Becon AG (dit is de huidige naam van het bedrijf dat oospronkelijk Eternit heette) In particolare: Becon en Ametex hebben op deze stelling voorlopig niet gerepliceerd maar stellen daarentegen dat er sprake is van ongrondwettelijkheid van de ingeroepen artikelen van het wetboek van strafprocesrecht en dat de dagvaardingen naar hen toe niet duidelijk genoeg zijn, waardoor hun rechten van verdediging geschonden zouden zijn. De burgerlijke partijen hebben gevorderd dat alle bedrijven inzake blijven ook degenen die gevraagd hebben om buiten de zaak gesteld te worden, aangezien er tijdens het proces bijkomende informatie zal bijgebracht worden en dat de bedrijven kopieën van de contracten hadden kunnen bijbrengen die duidelijk maken wat hun onderlinge verbanden zijn. De advocaat van de Belgische beschuldigde gedraagt zich naar de wijsheid van de rechter , de advocaat van de Zwitserse beschuldigde daarentegen en dit tot grote verbazing van iedereen, vordert dat de verschillende Zwitserse bedrijven van Eternit AG SCHWEIZ buiten de zaak worden gesteld. Dit is verbazingwekkend aangezien een beschuldigde hier meestal geen belang bij heeft aangezien de burgerrechtelijk aansprakelijke bedrijven eventueel in zijn plaats kan veroordeeld worden tot schadevergoeding. De algehele indruk van deze tweede zitting is globaal genomen positief voor de burgerlijke partijen: het belangrijkste bedrijf (Etex) zal tussenkomen als burgerrechtelijk aansprakelijk (en die heeft veel financiële mogelijkheden) en het is onwaarschijnlijk dat alle Zwitserse zullen buiten de zaak gesteld worden. De volgende zitting is vastgesteld voor 8 februari om 9 uur. Op deze zitting kunnen de beschuldigden hun kritiek uiten op de burgerlijke partijstellingen, het parket zal hierover tevens positie innemen en de burgerlijke partijen kunnen repliceren. Nadien zal de Rechtbank zich terugtrekken en beslissen achter gesloten deuren, waarna er een schriftelijke beschikking zal volgen over wie in de zaak aanwezig zal zijn. Nadien kunnen de inhoudelijke debatten dan echt beginnen.
|