Ga naar de PLN website.
Eerste Big Brother Award voor de Europese dataretentierichtlijn
Op 17 november was het zover. De Liga voor Mensenrechten pakte voor het eerst uit met de Big Brother Awards, de prijs voor de gevaarlijkste bedreiging van de privacy. Winnaar werd de Europese dataretentierichtlijn, die internetproviders en telecommaatschappijen verplicht de communicatiegegevens van iedereen zonder uitzondering, gedurende zes maanden tot twee jaar bij te houden. Ik was één van de ruim zestig aanwezigen bij de prijsuitreiking in de Gentse Vooruit. Ik sta volledig achter de keuze van de Liga. Die dataretentierichtlijn maakt met enkele pennentrekken alle 500 miljoen Europese burgers tot potentiële verdachten en zet het vermoeden van onschuld op zijn kop. Maar vooral gaat die richtlijn flagrant in tegen de privacy en artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Op basis van het surf-, e-mail en telefoongedrag kan een perfect profiel van elke burger worden uitgetekend.
Het debat na de prijsuitreiking maakte duidelijk dat er nog heel wat werk aan de winkel is om het onvoorstelbaar grote gevaar van de dataretentierichtlijn te doen doordringen. Ligavoorzitter Jos Vander Velpen moest in zijn eentje opboksen tegen drie verdedigers van de massale opslag van wat u via e-mail, internet of telefoon presteert. Een onevenwichtig panel dat zeker niet de terechte onrust weergeeft die in brede democratische kringen maar ook bij de rechterlijke macht over de richtlijn heerst. Luc Beirens van de Federal Computer Crime Unit, Frank Schuermans advocaat-generaal bij het Hof van Beroep te Gent en Willem Debeuckelaere verdedigden elk vanuit hun invalshoek de noodzaak van de richtlijn. Zij kregen op het einde van het debat nog een steuntje in de rug van advocaat Walter Van Steenbrugge die vond dat de BOM-wet veel erger was dan de dataretentierichtlijn. Ik deel de visie van Van Steenbrugge niet. Het ene kwaad kan niet worden goed gepraat met een erger kwaad. Er zijn heel wat terechte bedenkingen te maken bij de BOM-wet, maar die onderzoeksmethoden worden nog steeds binnen het kader van een strafonderzoek gehanteerd en er zijn dus grenzen aan. Het gaat daarbij (in principe) om onderzoek naar criminelen, een wel omschreven groep. Bij de dataretentie gaat het om alle burgers, ze kunnen niet enkel in het kader van criminaliteit opgevraagd worden maar ook door bijvoorbeeld de staatsveiligheid of door bv de fiscus. Het net is dus veel breder en de controle er op is veel minder.
Voor wie het grote gevaar van de dataretentierichtlijn wil kennen verwijs ik graag naar de zeer goede analyse die de Liga voor Mensenrechten hierover heeft gemaakt: http://bewaarjeprivacy.be/sites/bewaarjeprivacy.be/files/20100201_Liga-standpunt_nav_hoorzitting_2-02-2010_in_Kamer_en_Senaat.pdf
Ik verwijs ook naar wat ik in mijn boek ‘Big Brother in Europa’ (p.48-50) over die gevaarlijke Europese bewaarplicht heb geschreven. Ik citeer hier de ernstige bedenkingen die het Duits grondwettelijk Hof in zijn arrest van 2 maart 2010 formuleerde toen het de Duitse wet vernietigde.Het Hof spreekt over ‘een bijzonder zware ingreep tegen de rechten van de burgers met een reikwijdte die de rechtsorde tot nu toe niet gekend heeft’, en kritiseert dat de dataretentie ‘een verregaande inkijk in het sociale milieu en in de individuele activiteiten van de burgers’ toelaat. Dat kan, volgens het Hof, leiden tot ‘het opstellen van gedetailleerde persoonlijkheids- en verplaatsingsprofielen van vrijwel alle burgers.’ Het is maar dat u weet dat het Duitse Grondwettelijk Hof het gezegd heeft.
In België is er nog geen dataretentiewet. Laten we alle democratische krachten wakker maken opdat zo’n wet er nooit komt. Willem Debeuckelaere van de Privacycommissie liet zich tijdens het debat ontvallen dat het ‘mogelijk is dat de wet er in België niet komt.’ Er is dus hoop.

