| PROGRESS Lawyers Network - Het nieuwe wetsontwerp tot wijziging van de Vreemdelingenwet is grotendeels een omzetting van de EU-richtlijnen 2003/86 en 2004/83 welke respectievelijk handelen over gezinshereniging, de minimum standaard inzake erkenningen tot vluchteling en het subsidiair beschermingsstatuut. Het nieuwe wetsontwerp voorziet ook een wijziging van art. 9.3 van de Vreemdelingenwet inzake de procedure regularisatie. PROGRESS Lawyers Network (PLN) stelt vast dat de criteria om gezinshereniging te kunnen uitoefenen verstrengd worden zodat minder mensen in aanmerking komen voor gezinshereniging. Voorst stelt PLN vast dat de definitie zoals voorzien in de Vluchtelingenconventie van Genève verengd wordt. Aanmoedigend is het subsidiair beschermingsstatuut doch hiervan menen we dat het niet ver genoeg gaat zodat nog altijd mensen die niet kunnen terugkeren naar hun land van herkomst, uit de boot zullen vallen. PLN meent dat het verstrengen van deze vreemdelingenregelgeving, zal maken dat meer mensen beroep zullen moeten doen op individuele regularisatie zoals thans voorzien in art. 9.3 Vreemdelingenwet. We stellen echter vast dat de mogelijkheid tot regularisatie eveneens verstrengd zal worden. PLN meent dat nog meer mensen dan nu het geval is, geen verblijfsstatuut zullen kunnen krijgen en dit in strijd met de mensenrechtenverdragen en de Vluchtelingenconventie. Dit zal mogelijks tot gevolg hebben dat er meer procedures zullen worden opgestart en er mogelijks veroordelingen door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zullen volgen. Ook inzake de asielprocedure zelf wordt heel wat veranderd doch deze wetgeving zal op een later moment in een korte nota onder de loep genomen worden. Hierna volgt een korte kritische eerste blik op de geplande wijzigingen inzake gezinshereniging, de asielwetgeving en de regularisatiewetgeving. A. Gezinshereniging tussen niet-EU-onderdanen. Artikel 10, 10bis, 10ter van het voorontwerp van wet betreffen de artikelen over gezinshereniging[1] tussen niet-EU-onderdanen[2]. Het wetsontwerp beoogt de omzetting in Belgische wetgeving van de richtlijn 2003/86 van de Raad van de Europese Unie van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging. PROGRESS Lawyers Network maakt volgende bedenkingen : I. Opvallendste nieuwigheid is het afhankelijk stellen van de gezinshereniging van inkomsten : 1) het moeten beschikken over “toereikende, stabiele en regelmatige bestaansmiddelen” “om te voorkomen dat men ten laste van de openbare overheden valt”[3] 2) over “voldoende huisvesting” beschikken[4] 3) over een “ziekteverzekering” beschikken[5] Daar waar vroeger geen financiële vereisten waren, behalve voor de gezinshereniging met het gehandicapte meerderjarige kind en met de student, worden deze nu algemener ingevoerd. In de toelichting meldt men : “De gezinshereniger dient in staat te zijn om zijn familie op een menswaardige manier op te vangen. Hij dient zelf zijn verantwoordelijkheid op te nemen en kan deze niet zonder meer afschuiven op de Belgische staat.” Duidelijk is dat het recht op gezinshereniging afhankelijk wordt gesteld van het inkomen. Je familie laten overkomen, kan alleen nog als je goed bemiddeld bent. De vraag stelt zich uiteraard of dit niet strijdig is met art. 8 van het E.V.R.M dat het recht op gezinsleven garandeert. II. Een andere nieuwigheid is dat de gezinshereniging een minimumleeftijd van 21 jaar invoert : wil men als niet-EU-onderdaan huwen met een niet-EU-onderdaan, dan kan men pas effectief in België samenleven zodra beide gehuwden 21 jaar zijn. Is het onderscheid tussen EU-onderdanen, voor wie inzake gezinshereniging geen leeftijdsvereiste wordt gesteld, en niet-EU-onderdanen gerechtvaardigd ? Uiteraard stelt zich de vraag naar discriminatie, alsook of het fundamentele recht op familieleven niet geschonden wordt. III. Nog een nieuwigheid is dat het geregistreerd partnerschap op gelijke voet wordt gesteld met het huwelijk. Ook de duurzame relatie, tot nu geregeld in de omzendbrief van 1997[6], wordt ingeschreven in de vreemdelingenwet. Ook hier geldt de leeftijdsvereiste van 21 jaar. Opnieuw stelt zich het probleem van de leeftijdsvereiste, al oordelen wij het positief dat andere samenlevingsvormen gelijkgeschakeld worden met het huwelijk. IV. Geen enkele niet-EU-onderdaan mag zijn ouders laten overkomen. Zulks blijft voorbehouden voor de Belgen, de EU-onderdanen en de erkende vluchtelingen beneden de 18 jaar. De Vreemdelingenwet blijft op dit punt onveranderd. Het wetsontwerp voorziet als “oplossing[7]”, zo blijkt uit de toelichting, art. 9 al.3 én de discretionaire bevoegdheid van de Minister. In bijzondere gevallen zouden de ouders dus toch kunnen komen, maar de Minister beslist hierover discretionair. Hier stellen wij vast dat de Belgische Staat restrictiever is dan de richtlijn vereist. De richtlijn laat de staten immers vrij om gezinshereniging toe te staan met bloedverwanten in de opgaande lijn, met name de ouders. Opnieuw hier de vraag waarom een onderscheid tussen EU-onderdanen, die wel hun ouders mogen laten overkomen, en niet-EU-onderdanen. V. De toelichting gaat er prat op dat de periode van controle verlengd wordt. Het wetsontwerp stelt dat er pas na 3 jaar een “autonome verblijfstitel” wordt afgeleverd, en dat het tijdelijk verblijfsrecht gedurende de eerste 3 jaar kan beëindigd worden, indien de voorwaarden (bijv. samenleven) niet meer vervuld zijn. Zo zou volgens de toelichting althans, ook na echtscheiding[8] (?!), de verblijfsvergunning in de eerste 3 jaar van verblijf, kunnen worden afgenomen. Deze vereiste vergroot alleen maar de rechtsonzekerheid. B. Asiel Het wetsontwerp voorziet de omzetting van Richtlijn 2004/83/EG van de Raad van 29 april 2004[9]. Deze richtlijn heeft als doel een eigen interpretatie te voorzien van de Vluchtelingendefinitie en in een subsidiair beschermingstatuut te voorzien. Erkenning als vluchteling De Richtlijn voorziet in eigen interpretatie van de definitie van vluchteling die afwijkt van de definitie van het Internationaal verdrag van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen (Conventie van Genève of Vluchtelingenconventie). Deze Richtlijn heeft al het voorwerp uitgemaakt van felle kritiek door het UNHCR (United Nations High Commissioner for Refugees) die stelt dat de richtlijn de definitie zoals voorzien in de Vluchtelingenconventie te eng interpreteert. Het voorontwerp van wet voorziet bijvoorbeeld: -Dat het begrip vervolging veel enger zal worden geïnterpreteerd dan thans het geval is. -Dat het verband tussen en de vervolging en de reden van vervolging te weten ras, nationaliteit, het behoren tot een sociale groep of politieke overtuiging veel nauwer dient te zijn dan voorzien in de Vluchtelingenconventie. -Dat indien de vluchteling bescherming kan krijgen van een NGO in het land van herkomst hij niet zal erkend kunnen worden als vluchteling. -Dat er geen criteria voorzien worden om te bepalen of er een intern vluchtalternatief aanwezig is in het land van herkomst. Het UNHCR heeft steeds gepleit om deze minimumnormen niet toe te passen op de wijze zoals vermeld in de Richtlijn 2004/83, maar op zijn minst dezelfde standaard te behouden bij de interpretatie welke thans het geval is. Het is onlogisch en onredelijk om de bewaker van de Vluchtelingenconventie welke het UNHCR is, te negeren. Deze nauwere interpretatie van de Vluchtelingenconventie is dan ook een manifeste schending van artikel 31 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragsrecht dat stelt dat een verdrag te goeder trouw moet worden geïnterpreteerd overeenkomstig de gebruikelijke betekenis die moet worden toegekend aan de in het verdrag gebruikte termen in hun context en in het licht van voorwerp en doel van het verdrag. Het is noch de Europese Unie noch de Belgische Staat geoorloofd een eigen interpretatie te voorzien van de Vluchtelingenconventie die dermate afwijkt van de internationale standaard. PROGRESS Lawyers Network betreurt dat de Belgische regering de Richtlijn op deze wijze omzet en zo minder bescherming biedt aan vluchtelingen. PROGRESS Lawyers Network meent dat de definitie vooropgesteld in de Vluchtelingenconventie geïnterpreteerd moeten worden aan de hand van de uitlegging van het verdrag door het UNHCR. Subsidiaire beschermingsstatus Het wetsontwerp voorziet eveneens in statuut voor zij die niet naar hun land van herkomst kunnen terugkeren indien zij aldaar een reëel risico zouden lopen op ernstige schade. “Ernstige schade” wordt volgens het wetsontwerp als volgt geïnterpreteerd: a) doodstraf of executie b) foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing van een verzoeker in zijn land van herkomst c) ernstige bedreiging van het leven of de persoon als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict PROGRESS Lawyers Network vindt het positief dat er een subsidiair beschermingsstatuut wordt ingevoerd maar meent dat te weinig mensen er voor in aanmerking komen. Het subsidiair beschermingsstatuut zou moeten worden verleend aan eenieder wiens mensenrechten in het land van herkomst in gevaar zijn. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft het principe vooropgesteld dat de Verdragsluitende Staten de plicht hebben schendingen van mensenrechten buiten hun territorium te voorkomen en dat zij hiervoor een verantwoordelijkheid hebben[10]. Onder deze mensenrechten wordt begrepen, het recht op leven (art. 2 EVRM), het recht op vrijheid en veiligheid (art. 5 EVRM) het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM), het recht op privé en gezinsleven (art. 8 EVRM), vrijheid van gedachte, geweten, en godsdienst (art. 9. EVRM), vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM) en het recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel (art. 13 EVRM). Te verwachten valt dat velen door de mazen van dit vangnet zullen vallen door de enge definitie van de subsidiaire beschermingsstatus. C. Regularisatie Het voorontwerp voorziet niet in criteria voor regularisatie. De Raad van State stelt in haar advies echter het volgende[11]: “Il convient à cet égard de noter que le fait pour le législateur d’objectiver toute une série de critères applicables dans certaines situations n’enlève par ailleurs rien au pouvoir discrétionnaire du ministre, ou de son délégué, dans les autres situations. » Opmerkelijk is dat men geen feiten meer zou kunnen aanhalen ter staving van de aanvraag indien deze elementen reeds het voorwerp uitmaakten van een onderzoek naar de asielaanvraag of een vraag naar een subsidiair beschermingsstatuut. In dat geval zou de aanvraag onmiddellijk onontvankelijk worden verklaard. Meteen wordt het allerlaatste vangnet afgebouwd. Gezien de engere interpretatie van de Vluchtelingenconventie en gezien de ook erg enge definitie van wie in aanmerking komt voor het beschermingsstatuut zullen er meer mensen beroep moeten kunnen doen op artikel 9 van de Vreemdelingenwet. Dit wordt in feite juist tegengehouden. Wie denkt dat deze wetgeving het aantal procedures zal verminderen, is kortzichtig. Het feit dat de Minister sneller zal kunnen beslissen tot onontvankelijkheid van de aanvraag neemt de dreiging van een schending van mensenrechten niet weg. Uit deze nota blijkt dat het voorontwerp van vreemdelingenwet meer afwijkt van het internationaal recht dan ooit tevoren. Deze stap terug zal juist zorgen, voor een stijging van het aantal beroepen en veroordelingen van de Belgische Staat wegens schendingen van mensenrechten. Enkel een stap voorwaarts in de richting van conformiteit met de mensenrechten, zal het aantal beroepen doen verminderen. PROGRESS Lawyers Network meent dat de wet regularisatiecriteria dient te voorzien conform het UDEP wetsvoorstel en dat niet de Minister maar een rechtbank dient oordelen over de toepassing ervan. PLN verwijst naar de tribune gepubliceerd in de Standaard op 18 februari 2006, p. 26, beschikbaar op de website www.progresslaw.net. [1] Gezinshereniging is het naar België laten overkomen van vrouw/man en minderjarige kinderen, alsook meerderjarige gehandicapte kinderen, die ten laste zijn en met wie men samenwoont. [2] De artikelen 10 e.v. hebben betrekking op niet –EU-onderdanen én op niet - Ijsland, Noorwegen en Lichtenstein - onderdanen [3] Vereist voor de vreemdeling die “de wettelijke voorwaarden voor het bekomen van de Belgische nationaliteit vervult”. Deze moet toereikende, stabiele en regelmatige bestaansmiddelen bewijzen. Ook vereist voor het gehandicapte meerderjarige kind. Kan ook vereist worden in een discretionaire beslissing van de Minister, wanneer hij oordeelt dat het gezinsleven ook elders dan in België kan plaatsvinden. [4] Vereist voor de echtgeno(o)t(e) en minderjarige kinderen, zowel deze gehuwd, als deze met geregistreerd partnerschap gelijk aan huwelijk (art.10 §1,4° Vr.W.), als deze met duurzame relatie (art.10 §1, 5° Vr.W.). Ook vereist voor wat betreft meerderjarige gehandicapte kinderen (art.10 §1, 6° Vr.W.), alsook voor de ouders van een erkend vluchteling (van < 18 jaar) (art.10 §1, 7° Vr.W.) [5] Idem voetnoot 4 [6] Omzendbrief 30 september 1997 [7] Voor hen die toch hun ouders willen laten overkomen [8] Zie toelichting. Qua “schijnhuwelijk” bestaat er mogelijkheid van weigering van voltrekking van het huwelijk (vooraf) én nietigverklaring van het reeds voltrokken huwelijk (nadien). In beide gevallen wordt het verblijf aan de partner geweigerd of ingetrokken. Nu lijkt men zelfs verder te willen gaan en ook na ‘normaal’ huwelijk, gevolgd door echtscheiding binnen drie jaar, verblijf te willen afnemen… [9] Richtlijn 2004/83/EG van de Raad van 29 april 2004 inzake minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling of als persoon die anderszins internationale bescherming behoeft, en de inhoud van de verleende bescherming. [10]EHRM, Loizidou vs Turkey, 23 maart 1995, “The concept of jurisdiction (under article 1 of the European Convention on Human Rights) is not restricted to the national territory of the High Contracting Parties. According to the established caselaw, …, the responsibility of Contracting Parties can be involved because of acts of their authorities, whether performed within or outside national boundaries, which produce effects outside their own territory” - Par 62 [11] Advies van de Raad van State 39.718 |